14 juli 21 Vlaams Parlement vraagt aangepast federaal werkgelegenheidsbeleid

Als het gaat over de arbeidsmarkt heeft Vlaanderen forse ambities. Zo wil men de werkzaamheidsgraad richting 80 procent brengen en 120.000 extra jobs creëren. Deze ambities waarmaken in een structureel krappe arbeidsmarkt is echter wel een uitdaging. Voor het eerst in onze geschiedenis is het aantal mensen dat op pensioen gaat hoger dan het aantal jongeren dat een eerste job kan starten.


Vlaams volksvertegenwoordiger Robrecht Bothuyne (CD&V): “De uitdagingen waar Vlaanderen voor staat, kunnen we alleen maar waarmaken als ook de federale overheid hier maximaal ondersteuning biedt. Eigenlijk is er een Copernicaanse omwenteling nodig, waarbij zowel het Vlaamse als federale beleid in teken moet staan van de noden van de Vlaamse arbeidsmarkt. Via de resolutie willen we de Vlaamse Regering een sterk mandaat geven om die dialoog aan te gaan en de drempels voor een ambitieuze doelstelling te kunnen wegwerken. Daar waar het federaal niet mogelijk is om een aangepast beleid te voeren, moet het mogelijk worden om een ‘asymmetrisch’ beleid te voorzien waarbij Vlaanderen de kans krijgt eigen keuzes te maken.”


In het federale regeerakkoord werd voorzien dat er een werkgelegenheidsconferentie komt samen met de deelstaten. Hiermee kunnen we komen tot een echte interfederale aanpak om de werkzaamheidsgraad op te krikken en langere en duurzame loopbanen mogelijk te maken.


Concreet gaat het over een loopbaanoffensief op vijf fronten:


  • Versterken van opleidingsmogelijkheden doorheen de loopbaan en ook tijdens bepaalde periodes van inactiviteit, met o.a. de automatische inschrijving van langdurig tijdelijk werklozen bij VDAB, een verruimd vrijstellingenbeleid voor werkzoekenden die opleiding en vorming krijgen en federale steun voor de Vlaamse leer- en loopbaanrekening.
  • Inzetten op werkbaarheid en voorkomen van vroegtijdige uitval, met een sterkere Vlaamse betrokkenheid bij federale werkbaarheidsinitiatieven, het afstemmen van de Vlaamse en federale verlofstelsels en flexibiliseringsinstrumenten en beter afgestemde sociale inspectiediensten.
  • Faciliteren van transities van werkloosheid en inactiviteit naar werk waarbij werken lonender moet worden, zeggenschap van Vlaanderen over welke opleiding of werkervaring met een uitkering mag gecombineerd worden, een versterkte samenwerking tussen RIZIV en VDAB, met fors meer trajecten naar werk voor langdurig zieken. Het Vlaams Parlement vraagt dat VDAB veel sneller dan nu betrokken wordt bij re-integratietrajecten, met voor wie dit haalbaar is de opstart van trajecten binnen de vijf maanden na de start van de arbeidsongeschiktheid. Voor wie definitief niet toeleidbaar is, na herhaalde en langdurige activering, moet een statuut buiten de werkloosheidsverzekering gecreëerd worden. Ook wordt een gelijke behandeling gevraagd door RSZ van alle Vlaamse bedrijven in de sociale economie.
  • Bevorderen van jobmobiliteit en werk-naar-werk transities, met snellere procedures bij herstructureringen via de wet Renault, met een verplicht opleidingsplan als onderdeel van het sociaal plan, een vereenvoudigd outplacement-instrumentarium en het deels activeren van de ontslagvergoeding.
  • Afremmen van de vervroegde uittreding, met een pleidooi voor een ambitieuze pensioenhervorming, de mogelijkheid voor Vlaanderen om zelf keuzes te maken inzake de beschikbaarheid van werkzoekenden, het vermijden van een nieuwe verhoogde instroom in het SWT-stelsel en het activeren van SWT’ers. Dé uitdaging is ook om ervaren talent aan boord te houden van de Vlaamse arbeidsmarkt.

Vlaams volksvertegenwoordiger Axel Ronse (N-VA): “De nood aan hervormingen op onze Vlaamse arbeidsmarkt was nooit zo acuut. Veel bedrijven zijn vruchteloos op zoek naar mensen. Tegelijk zien we een grote groep inactieven. Die mismatch aanpakken moet dé politieke prioriteit zijn. Anders missen we de trein van economische groei. Ik ben blij dat deze Vlaamse meerderheid haar verantwoordelijkheid neemt en eensgezind een aantal fundamentele keuzes voor Vlaanderen bepleit op federaal niveau.”


Vlaanderen is geëvolueerd naar een structurele knelpunteconomie. Elke niet-ingevulde vacature is een rem op de groei van de Vlaamse economie.


Vlaams volksvertegenwoordiger Tom Ongena (Open Vld): “De Vlaamse economie veert helemaal terug op. Maar daardoor is ook de krapte op de arbeidsmarkt terug van nooit weggeweest. Die krapte vormt een bedreiging voor onze welvaart. De Vlaamse Regering wil de werkzaamheidsgraad daarom optrekken naar 80 procent. Dat zal echter enkel lukken als het Vlaamse en federale werkgelegenheidsbeleid elkaar ondersteunt. Die wil tot samenwerking is er ook. Op de werkgelegenheidsconferentie van september willen de regeringen een globaal akkoord sluiten om de loopbanen te verlengen. Met deze resolutie geven we een reeks aanbevelingen mee over welke afspraken gemaakt zouden moeten worden om de Vlaamse ambitie te kunnen waarmaken.”


Zoals ook beschreven in het regeerakkoord dringt de Vlaamse meerderheid aan op een meer homogene en efficiënte bevoegdheidsverdeling, niet in het minst in het arbeidsmarktbeleid, opdat de deelstaten versterkt worden in hun slagkracht.